Kleine meisjes worden groot. Zo'n cliché uitspraak als je buurvrouw ziet dat je in je 11e levensjaar borstgroei krijgt. Zo'n tuttige uitspraak wanneer je tante je in je wangen knijpt en bijna gaat zeggen: "Wat ben je groot geworden!" Nou ja, de tantes van tegenwoordig zijn stoerder dan voorheen geloof ik, want ik moet wel eerlijk vermelden dat ik nooit in mijn wangetjes geknepen ben door mijn tantes. Afijn. Het is echt zo! Kleine meisjes worden natuurlijk groot. Dat gevoel heb ik nu. En mijn vader ongetwijfeld ook. Mijn moeder gelooft het allemaal wel, maar stiekem heb ik toch het gevoel dat mijn vader me thuis wil houden. Want ja, papa en Renée, dat zijn nog net geen twee handen op één buik. Ik ben een vaderskindje.
Nu pas ik een week op iemands huis. Ik ben lekker in de weer met boodschappen, studieboeken, afwasmiddel en een stofzuiger. Lekker studentje met een huishoudelijke taak spelen. Uiteraard, het bevalt me prima! Iedereen moet er toch een keer aan geloven.
Bijkomend voordeeltje; ik heb een kamer in Deventer. Dus.... Moet ik dit leuke leventje van een week, over een paar maanden in de Deventerse praktijk gaan brengen. Haha, de gene die dit lezen zullen lachend denken: "Dan vindt je het vast niet meer zo leuk!" Tuurlijk wel. Maar of ik dan inderdaad zo actief nog bezig zal zijn met stofzuiger, dat de 'huisbaas' me vol verbazing vraagt:
"Heb je stofgezogen?"
"Ja."
"Waarom?!"
Ik denk het niet.
Maar om even terug te komen op het onderwerp van dit stuk.. Ik ben dan zo lekker in de weer met potjes en pannetjes en de stofzuiger, maar vind ik dat later allemaal nog wel leuk? Nu is het voor een weekje. Nu kan ik gewoon zondag of maandag weer terug naar mijn ouders, ik smijt de berg was van de hele week bij de wasmachine en zoef, een paar dagen later ligt het weer netjes opgevouwen en gestreken in mijn kast. Het klinkt zo simpel.
Ach dat doe ik wel even. Ik red het makkelijk. Mmm.. ja? Ik ben benieuwd wat de toekomst me gaat brengen. Maar ik weet wel dat ik ooit niet meer bij mijn lieve ouders aan kan kloppen om te vragen of ze me eten willen geven, of ze me onderdak kunnen bieden en een schone was kunnen bezorgen. Kleine meisjes worden groot. Dat heeft zo zijn voordelen, maar zeker ook zijn nadelen. Pa en ik gaan het moeilijk krijgen!