dinsdag 18 mei 2010

Geluk is ongezond

Even een kopietje van mn scheurkalender:

Geluk is ongezond. Waarschijnlijk kijk je raar op van deze uitspraak. Helemaal waar is deze bewering natuurlijk niet. Geluk staat synoniem voor welzijn en voorspoed. Het geeft een goed gevoel en energie. Hoewel? Uit een onderzoek van de universiteit blabla blijkt dat geluk ook nadelen kan hebben. Het maakt namelijk ongezond en lui! Anthans, dat kan het geval zijn als je extreem gelukkig bent. Te veel geluk veroorzaakt een vertroebelde blik. Door je roze bril voel je je minder snel verplicht om hard te werken of om goed voor je lichaam te zorgen. Je kunt het leven dus ook té zonnig zien. En dan nog iets. Ook de professor blabla wijst op de keerzijde van geluk. Steeds maar zoeken naar geluk kan betekenen dat je nooit tevreden bent en je je dus eigenlijk alsmaar ongelukkig voelt. Er is niets mis met een beetje depri zijn zo nu en dan. Kijk maar naar Van Gogh. Die maakte de prachtigste schilderijen in zijn slechtste periode. Kortom: Blijf gemiddeld gelukkig.

zondag 16 mei 2010

Jonge automobilisten houden van risico's

Voor het vak Schriftelijke Communicatie moest ik een betoog schrijven. Ik was niet in m'n element, toch heb ik er gewoon iets van gemaakt. Ik post het ook maar even hier.

Wie in een drukke of doorgaande straat woont, kent het vast wel. Een verlaagde auto met zwarte ruiten, een jongen met een petje op en een geluid alsof er een vrachtwagen voorbij rijdt. Risicojongeren, zo worden ze ook wel genoemd. De jonge automobilist vindt risico's leuk.

Maar hoe komt dat zo? En hoe zijn de meningen verdeeld? Laat ik eens beginnen met wat feiten. Beginnende automobilisten (18 - 24 jaar) hebben een vier keer zo groot ongevalsrisico als ervaren automobilisten. Bij jonge mannelijke bestuurders is dit zelfs zes keer zo groot. Dit kwam uit een wetenschappelijk onderzoek van het SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid). Ook vertelt dit onderzoek dat alcohol ook vaak de oorzaak is van een auto-ongeluk. Dit is een reden om te constateren dat jonge automobilisten van risico's houden.
Ik kan mij voorstellen dat jongeren de vrijheid, die ontstaat bij het halen van een rijbewijs, erg waarderen. Geen instructeur meer naast je die zegt dat je rustig moet rijden, je eigen manier van autorijden creëren.
Daarnaast is het hebben, of op z'n minst besturen van een auto ook iets waar gebruik van gemaakt moet worden. Waarom zou je netjes de toegestane snelheid gaan rijden als je een auto met 400-en-zoveel PK hebt (om maar even een extreem voorbeeld te noemen)? Als je dan het gaspedaal niet even hebt ingetrapt, sta je natuurlijk wel een beetje voor schut tegenover je vrienden die meerijden na een avondje stappen. Dit is ook een reden om risicogedrag te vertonen met de auto. Imagebuilding is het modewoord. Hard rijden, in de bocht inhalen, bumper kleven en inhalen wanneer er een tegenligger aankomt. Adrenaline laten opspelen bij jou en je vrienden. Stoer!

Maar dit gedrag heeft uiteraard nog een keerzijde. Helaas zijn we niet alleen op de wereld, ook niet op de weg. Jonge automobilisten veroorzaken gevaarlijke situaties door hun gehaaste en onveilige rijgedrag. Dit brengt meerdere gevolgen met zich mee, onder andere dat het autorijden voor meer ervaren bestuurders minder prettig wordt.
Daarnaast verstoren 'jonge racers' de rust in een straat of woonwijk.
Jongeren luisteren niet naar de waarschuwingen van ouders of derden. De prijs die een jongere moet betalen om zijn of haar les te leren is hoog, soms zelfs met de dood als gevolg.

Een aantal argumenten hebben de revue gepasseerd. Zo verplaats ik mij in het gedrag van jonge automobilisten, waarom zij riskant rijgedrag zouden vertonen. Ook verplaats ik mij in medeweggebruikers en dergelijke risico's van rijgedrag van jongeren. Deze argumenten kwamen voort uit de stelling dat jonge automobilisten van risico's houden, wat zich uit in (te) hard rijden, roekeloos rijden, onverwachte handelingen tijdens het rijden, zoals bijvoorbeeld inhalen in een bocht of inhalen als er een tegenligger nadert.

dinsdag 11 mei 2010

Los! Los! Nee, houd vast! Los!

Losmaking. Losmaking van je ouders. Beginnen met een Hbo-opleiding, hem niet halen, beginnen met een nieuwe Hbo-opleiding. Losmaking. Maar ook eigenlijk weer enorm vastklampen. Want wat gebeurt er? Wat is losmaking en wat houdt mij nou bezig?

Ik zit wel eens na te denken over losmaking. Want dat is niet niks, en als ik sommige verhalen hoor denk ik ook altijd diep na over de manier waarop kinderen gehecht zijn aan hun ouders. Voor de leken onder ons, je hebt vier hechtingsstijlen: Allereerst een veilige hechtingsstijl, een vermijdende hechtingsstijl, een angstig ambivalente hechtingsstijl, en uhm... Nog één (mijn studieboek ligt thuis en ik ben niet thuis, maar Google weet er ook een hoop van). In ieder geval, al die hechtingsstijlen hebben weer een andere invloed op wat voor band een kind met zijn ouders heeft, dus ook indirect invloed op hoe een kind zich losmaakt van z'n ouders. Ik hoor wel eens verhalen van kinderen die twee handen op één buik zijn met hun vader of moeder. Te klef. Ik vraag me altijd af hoe zulke kinderen, waarbij de vader of moeder (of allebei zelfs) tot ver in bejaarde leeftijden een hand boven het hoofd van hun zoon of dochter blijven houden, zich ooit los kunnen maken van hun ouders.

Of maken ze zich niet los? Ik ga - zoals sommigen wellicht weten, maar sommigen wellicht niet- in de aankomende zomervakantie "op mezelf wonen" in Deventer. Ik durf het nog niet helemaal vol uit te spreken, omdat ik het nog zo'n apart idee vind. Maar goed, op kamers dan. Ik woon sinds september afgelopen jaar bij mijn oma. Al bijna een jaar. Eigenlijk een subtiel beginnetje met het loskomen van mijn ouders, want ook al ligt mijn bed thuis het fijnst, en ook al tikt het klokje nergens hetzelfde zoals thuis, word ik van binnen vervuld met een heerlijk gevoel als het maandag is en ik weer weg mag. Dat zie ik toch echt als de eerste tekenen van losmaking. Misschien ben ik daar wat actiever mee bezig, of denk ik daar meer aan dan andere leeftijdsgenoten.

Waar ik naartoe wil is eigenlijk mijn gedachte aan hoe men loskomt van zijn of haar ouders. Zoals ik net al sprak over verhalen waarin een twintiger nog haar eigen bankzaken niet volledig bijhoudt, ontzettend leunt op de schouders van zijn/haar ouders en af en toe een geldbedragje toegeschoven krijgt, verbaas ik mij. Ik weet dat ik in een conclusie geen nieuwe argumenten of gedachten hoor te lanceren, maar als ik me op mijn 18e al druk maak over het feit dat ik straks op eigen benen moet gaan staan en zelf enge formuliertjes uit blauwe in moet gaan vullen en versturen of ontvangen, hoe gaan die twintigers dan op eigen benen staan? Of hebben die in spreekwoordelijke zin geen benen? Ik ben benieuwd. Misschien moet ik nog eens een gesprek aanknopen over dit onderwerp als ik zelf een jaar of 30 ben, er vanuit gaand dat ik dan natuurlijk op eigen benen sta.. Als ik überhaupt wel benen heb.

woensdag 28 april 2010

De liefde!

Ik zat weer even te youtuben, ook een beetje a.d.h.v. mijn gemoedstoestand. Waar ik ineens weer moet denken aan Hans Teeuwen, grof als het maar kan, maar hij verwoordt het in dit stukje zo goed.

"De liefde! Verleidt me, verstikt me, pakt m’n vrijheid af, bemint me, beperkt me.
Ga je gang, ik ben laf. Je wilt samensmelten, een onnozel idee, maar ik ben romantisch, ik ga er in mee. Kneed me, en knecht me, wees lief en gemeen. Gun me de plek van het blok aan je been. Áls jij mijn vrouw bent, dan bén ik je man! En dan vechten we samen, voor dat wat niet kan. We doen nog meer water bij onze wijn, totdat er alleen nog maar water zal zijn. Helder, maar smaakloos. Geen kleur meer, geen gloed! Zo leven we samen de dood tegemoet. Weg met de eenzaamheid, leve de sleur, jaloezie, irritatie, verwijten, gezeur! De liefde geeft hoop! De liefde heeft zin! De liefde… is een valstrik, maar ik trap er zo graag in…. Steeds dezelfde fout, steeds dezelfde pijn.. Het is bijna net zo gruwelijk als helemaal alleen te zijn. Maar misschien is het deze keer anders, misschien is het deze keer waar en is alle waarheid van de wereld maar een fabeltje, dat wil ik graag geloven want ik houd zoveel van haar… Het spelletje weer begonnen, ik zit er midden in, verslaafd als een verslaafde en verzetten heeft geen zin. En ik kan alleen verliezen, m’n hart en m’n verstand. De liefde laat pas los als ze is opgebrand. En dan ben je weer jezelf. Alleen. En onbemind. Maar volwassen, en verstandig, totdat het weer begint."

En zo is het maar net. Hier nog even de link, omdat de intonatie en zo verdwijnt in de letters: http://bit.ly/8Kb3Ft

donderdag 8 april 2010

Nostalgie

Ik zit al weken te denken over het woord nostalgie. Nu ga ik het toch maar eens op papier zetten, misschien raak ik het dan kwijt. Niet dat dat hoeft, maar misschien kom ik dan wat verder in mijn gedachten, en kan ik er in het meest gunstige geval nog een clue of moraal aan verbinden.
Nostalgie, wat is dat? Het eerste waar ik aan denk is het tellen van de traptreden van je ouderlijk huis. Ik weet bijna zeker, dat iedere persoon die dit leest, wel weet hoeveel traptreden de trap in het huis had waar die persoon geboren is. Tenzij die natuurlijk in een bungalow woonde, uitzondering.

Maar... Nostalgie, wat is dat nou? Hoe komt het, hoe ontstaat het? Wanneer noemen wij nostalgie nostalgie? Ik moet met nostalgie ook altijd denken aan foto's die bruin verkleurd zijn, in een fotoboek wat stinkt, en waarvan de lijm al bijna opgedroogd is. Maar nostalgie doet me ook denken aan lekker bij de vijver in de zon liggen bij een vriendin in de achtertuin.

Even wat reacties peilen.
1. Nostalgie is een gevoel... Vroeger werd het zelfs als ziekte gezien. Een nostalgisch gevoel... Ik heb dat bij sommige muziek. Die brengt je terug naar een bepaald punt in je leven, en dan krijg ik een bepaald gevoel in mn buik.. En dat herken ik dan als nostalgisch.
2. Nostalgie is nostalgie als iets je herinnert aan het verleden.
3. Een oude kermis, van die oude kermisdingen, zoals een draaimolen... met hobbelpaardjes. Zo'n heerlijk ouderwets gevoel. Niets moet, alles mag, nergens op letten. Makkelijker leven!

Dingen in het verleden, jeugd, daar lijkt het wel op. Maar logischerwijs is dat ook wat de Dikke van Dale zegt - Nos·tal·gie de; v heimwee: ~ naar de goede, oude tijd. Nummer 1 had trouwens wel gelijk met de ziekte. Op wikipedia staat, niet dat dat heel betrouwbaar is, maar goed: "Hoewel nostalgie geen medische aandoening meer betreft ervaren sommige mensen toch symptomen zoals pijn in de borstkas, keel, of maag, of gevoelens van emotionele pijn."

Ik vrees dat ik geen conclusie aan dit blogartikel kan verbinden, alleen dat Renée weer zin heeft in nostalgische gevoelens. Dus... Ik ga over een paar maandjes maar weer eens plaatsnemen bij de vijver van een vriendin.

woensdag 10 maart 2010

Die moeilijke Nederlandse taal

Oma schoof mij een briefje voor toen ik haar verbeterde met "iets kost veel of is duur". Omdat de mensen die mij kennen wel weten dat ik met mijn neus boven op taal zit, wilde ik dat stukje toch even hier overtypen. Moet ik er wel even bij vermelden dat het lang geleden is dat ze dit geschreven hebben (ingezonden door mevrouw Prins):

Het meervoud van slot is sloten.
Maar toch is het meervoud van pot geen poten.
Evenzo zegt men altijd een vat en twee vaten.
Maar zal men ook zeggen: een kat en twee katen?
Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ik vloog.
Dus zegt u misschien ook van wiegen, ik woog?
Nee mis! Want ik woog is afkomstig van wegen.
Maar... is nu ik voog een vervoeging van vegen?
En van het woord zoeken vervoegt men het woord zocht.
En dus hoort bij vloeken misschien ook ik vlocht.
Alweer mis! Want dit is afkomstig van vlechten.
Maar ik hocht is geen vervoeging van hechten.
Bij roepen hoort riep, maar snoepen geen sniep.
Bij lopen hoort liep, maar bij slopen geen sliep.
Want dat is afkomstig van het schone woord slapen.
Maar zet nu weer niet: Ik riep bij het woord rapen.
Want dat komt van roepen en u ziet terstond
Zo draaien wij vrolijk in het cirkeltje rond.
Van raden komt ried, maar van baden geen bied.
Dit komt van bieden (ik hoop dat u het nog ziet)
Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood.
U ziet, de verwarring is akelig groot
Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven,
Want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven.
Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken,
Maar niet van: wij hinken en hebben gehonken.
Het volgende geval, dat is toch al te bont!
Bij slaan hoort ik sloeg, niet ik sling of ik slond.
Bij staan niet ik stoeg of ik sting, maar ik stond.
Bij gaan hoort: Ik ging en niet ik gong of ik gond!
Een mannetjes kat noemt men doorgaans een kater
Hoe noemt u een mannetjes rat? Soms een rater?
Zo heeft het Nederlands verschillende kwalen,
Niettemin is en blijft het de tale der talen.

dinsdag 9 maart 2010

Rosébier en een levensvraag

SLB. Studieloopbaanbegeleiding. Vrijdagmiddag half 3, snakkend naar het weekend en buikpijn voor 10. Bezig met leerdoelen en zelfontplooiing. Inmiddels ben ik zover dat ik weet dat ik de docent niet aan moet kijken als deze een vraag stelt, maar ik keek haar toch aan. Et voila... "Renée! Vertel is!" Ik keek op van mn iPod en zei: "Eh... Wat moet ik vertellen?" De docente slaakt een zucht en herhaalt met een licht gefrustreerde ondertoon: "Wat is jouw voornaamste doel in dit leven?" WAT? En dat vraagt ze op vrijdagmiddag terwijl ik met mijn hoofd bij een rosébiertje op het terras zit? Er flitsen allerlei cliché en voor de hand liggende woorden door mijn hoofd zoals gezondheid, eigen praktijk, liefde en dat soort termen. Antwoord heb ik de docente niet gegeven. "Ik weet het niet mevrouw, ik weet het niet..." En ietwat lacherig voegde ik er aan toe: "Beetje ingewikkelde vraag hè, zo op het eind van de schoolweek.." De klas liet een simpel, zacht lachje horen. Ik zuchtte.

Maar die vraag heeft mij wel het hele weekend niet meer losgelaten, nu nog steeds niet en ik betwijfel of die vraag mij überhaupt nog wel los gaat laten. Ik reken het namelijk tot zo'n ty-pi-sche levensvraag. Onzekerheden van het leven, wijsheden van oude bejaarden, je kent het allemaal. Maar poe hee, ik ben de enige die antwoord kan geven op de vraag wat het doel is in mijn leven! Ik denk nog liever na over de vraag of ik nog even naar het toilet ga voordat ik vertrek. Gewoon een lekkere ja/nee/ik zie wel vraag. En dát wordt psycholoog. Ja! Maar wel een simple minded one. Onder het genot van een rosébiertje op het terras, op vrijdagmiddag welteverstaan, zal ik toch even nadenken over het doel in mijn leven... Maar eerst ga ik nog even naar het toilet. Tabee!

- latere toevoeging -
Ik zie een mooie zinsnede voorbij komen, die eigenlijk prachtig aansluit op dit blog:
"Wat wil je worden, vroeg de juf, 't was in de derde klas, ik keek haar aan en wist het niet. 'k dacht dat ik al iets was'." - van Toon Hermans